Een boot vastleggen aan ring of bolder doe je met een landvast. Dit is de lijn tussen je boot en de kant. Aan een ring zet je de lijn vast met een knoop, als er een bolder is dan gebruik je een lus. Hieronder leggen we je uit hoe het vastleggen precies werkt.
Voorbereiden: fenders en lijnen klaar
Hang de fenders alvast klaar voordat je aanlegt. Een fender, ook wel stootwil, is een kussen dat de romp beschermt tegen de kant. Hang ze aan de aanlegkant op de juiste hoogte en verdeel ze over het breedste deel van de romp.
Weet je niet aan welke kant je aanlegt, zoals in een sluis? Dan hang je aan beide kanten minstens twee fenders.
Leg de lijnen ook alvast klaar, dan kun je na het aanleggen je boot gelijk vastleggen. Vaar je samen met anderen? Geef dan vooraf instructies, zodat ze je kunnen helpen.
Boot vastleggen aan ring, bolder, paal en kikker
Hieronder geven we je per bevestigingspunt wat tips om je boot vast te leggen.
Aan een ring
Haal de lijn door de ring en zet hem vast met twee halve steken. Een halve steek is een eenvoudige slag van het losse eind om het vaste deel van de lijn. Een enkele halve steek kan losschieten, dus leg er minimaal twee.
Als je lijn lang genoeg is, dan kun je deze ook door de ring halen en vastmaken aan de kikker op de boot.
Aan een bolder
Een bolder is een korte, dikke paal op de kade of steiger. Aan een kade zit meestal een ring of een bolder. Over een bolder leg je een lus van je lijn. Een lijn met een ingesplitst oog, een vaste lus, is sterker dan een zelfgemaakte knoop.
Aan een paal
Kun je de boot vastmaken aan een paal? Gebruik dan de paalsteek, zo voorkom je dat de lus wegglijdt.
Aan de kikker aan boord
Aan boord zet je de lijn vast op een kikker. Dat is een bevestigingspunt met twee vleugels op de rand van je boot. Let bij het vastzetten goed op de laatste slag om de kikker. Die zorgt dat de lijn niet losschiet.
Welke lijnen heb je nodig?
Dit verschilt per boot. Vaak is het beste om vier lijnen te gebruiken: een voorlijn, een achterlijn, een voorspring en een achterspring. De voorlijn en de achterlijn lopen van de voor- en achterkant van de boot schuin naar de kant. Springen lopen naar de wal, ter hoogte van het midden van de boot. Zorg dat je lijnen lang genoeg zijn. Je kunt de vier lijnen ook gebruiken om je boot vanuit elke hoek vast te maken, dus linksvoor, rechtsvoor, linksachter en rechtsachter.
Leg de touwen niet helemaal strak aan. De boot moet een klein beetje kunnen meebewegen met de wind en de golven. Als je de boot niet te strak legt, dan heb je ook minder kans op fenderplekken. Deze plekken ontstaan als er bijvoorbeeld een fender klem zit tussen je boot en de steiger. Dit gebeurt vaak als je de touwen te strak maakt.
Wil je weten hoe je je boot bij zwaar weer vastlegt? Dan helpt de blog over je boot stormklaar maken.
Alle tips op een rijtje
- Maak geen lijnen vast aan boeien of kanaalmarkeringen.
- Stop de boot met de motor. Een lijn is geen rem.
- Steek geen enkel lichaamsdeel tussen een lijn en een paal of steiger.
- Wikkel een lijn niet om je hand, vingers, pols of enkel.
- Stap pas over als de boot stil ligt en niet als deze nog (langzaam) vaart. Spring niet van of naar de boot.
- Kijk na het vastleggen nog even naar je lijnen en fenders. Hebben de lijnen wat speling, en hangen de fenders op de goede hoogte?
- En het allerbelangrijkste: blijf rustig en doe het niet overhaast.
Ga je voor het eerst aanmeren? Oefen dan eerst een keer op rustig water en op een dag met weinig wind. Krijg een feeling van hoe je boot beweegt over het water. Dit verschilt namelijk per boot en is al helemaal anders dan inparkeren met een auto. Succes en veel vaarplezier!